Aanmelden
(alleen voor beheerders)
Wachtwoord vergeten?
Mondelinge spelregelvragen
Vraag 01
Welke vormen moeten de doellat en de doelpalen hebben?
Antw
a. Vierkant
b. Rond
c. Ovaal
d. Rechthoekig
Vraag 02
Welke functie heeft de middencirkel op het speelveld?
Antw.
a. Om bij de beginschop, aftrap van de tweede helft en aftrap na geldig doelpunt de tegenstanders op tenminste 9.15m. van de bal te houden totdat deze in het spel is.
b. Indien een wedstrijd moet worden verlengd voor het nemen van strafschoppen, om een beslissing te verkrijgen, dan moeten alle spelers, behalve de beide doelverdedigers en de strafschopnemer zich opstellen binnen de middencirkel.
Vraag 03
Als er nog 10 minuten te spelen zijn, onderbreekt de scheidsrechter de wedstrijd omdat er een hevige onweersbui losbarst. Hoe dient de scheidsrechter nu verder te handelen?
Antw.
a. Hij zal de wedstrijd maximaal 30 minuten onderbreken.
b. Spelers, scheidsrechter en assistent-scheidsrechters dienen zich terug te trekken in de kleedgebouwen.
c. Als het na 30 minuten nog onweert of het speelveld is onbespeelbaar geworden, dient de wedstrijd definitief gestaakt te worden.
Vraag 04
Wat is er bepaald omtrent de afmetingen van het doel en de bevestiging van de doelnetten?
Antw.
a. De hoogte van het doel is 2.44m. gemeten vanaf de grond tot aan de onderkant van de doellat.
b. De breedte van het doel is 7.32m., gemeten vanaf de binnenzijde van de beide doelpalen.
c. De doelnetten dienen aan de buitenzijde van de doellijn op de grond bevestigd te worden, niet te strak gespannen te zijn en stevig aan de doelpalen en de doellat bevestigd te zijn, en mogen de doelverdediger niet hinderen.
Vraag 05
Wanneer mag de scheidsrechter bij dichte mist nog laten spelen?
Antw.
a. Indien hij, midden op het speelveld staande,
-beide doelen goed kan zien,
-de zich daar in de buurt bevindende spelers goed kan onderscheiden en
-naar de zijkanten kijkend zijn assistent-scheidsrechters goed kan waarnemen.
b. Bij het Betaald Voetbal moet mede in overweging worden genomen of het publiek de wedstrijd kan volgen.
Vraag 06
Een speler vraagt de scheidsrechter of deze de doelen na wil meten, omdat deze volgens hem te klein zijn. Wanneer zal de scheidsrechter aan dit verzoek voldoen?
Antw
a. Als de speler de aanvoerder is van de bezoekende partij.
b. Dergelijke bezwaren moeten, om in overweging te worden genomen, kenbaar worden gemaakt zo spoedig als het de bezoekende club mogelijk is de tekortkomingen op te merken.
Vraag 07
Bij een lichtwedstrijd wordt de doelverdediger tijdens een aanvallende actie verblind door het flitslicht van een fotograaf. De aanvallende partij weet nu te scoren. Wat beslist de scheidsrechter en waarom?
Antw
a. Hij laat de fotograaf verwijderen via de aanvoerder van de thuisspelende vereniging, want het gebruik van flitslicht is verboden.
b. Het doelpunt wordt afgekeurd.
c. Hij hervat het spel met een scheidsrechtersbal,
d. Op de plaats waar de bal was op het moment van flitsen.
e. Was de bal op dat moment in het doelgebied, dan wordt de scheidsrechtersbal genomen op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de bal was.
Vraag 08
Op de lijn van het strafschopgebied wordt een vrije schop genomen wegens het spelen van de bal met de hand. Wanneer is dit mogelijk? Verklaar het antwoord.
Antw.
- Als een aanvaller op die plaats hands heeft gemaakt. De verdedigende partij mag dan een directe vrije schop nemen.
- Als de doelverdediger hier de bal tweemaal achter elkaar in bezit neemt, zonder dat deze door een tegenstander of medespeler is gespeeld. In dit geval mag de aanvallende partij een indirecte vrije schop nemen.
- Als de doelverdediger hier een bal, die doelbewust met de voet op hem is teruggespeeld, met de hand heeft gespeeld of aangeraakt. De aanvallende partij mag dan een indirecte vrije schop nemen.
- Als de doelverdediger hier een bal, die door een partijgenoot uit een inworp naar hem is teruggespeeld, met de hand heeft gespeeld of aangeraakt. De aanvallende partij mag dan een indirecte vrije schop nemen.
Vraag 09
Wat is:
a. het gewicht van de bal bij aanvang van een competitiewedstrijd
b. de omtrek van de bal bij aanvang van de wedstrijd.
c. het materiaal waarvan de buitenbekleding gemaakt moet zijn.
d. en aan welke overige eigenschappen moet de bal voldoen.
Antw.
a. Het gewicht van de bal moet liggen tussen 410-450 gram.
b. De omtrek van de bal moet zijn 68 - 70 cm.
c. De buitenbekleding moet van leer of van andere geschikte materialen zijn.
d. De bal moet bolvormig zijn.
e. De druk van de bal moet liggen tussen 0.6-1.1 atmosfeer.
Vraag 10
Tijdens een competitiewedstrijd raakt de bal bij een duel lek en er is op dat moment geen reservebal aanwezig. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen als hij het spel hiervoor heeft onderbroken?
Antw.
a. Hij zal de thuisclub maximaal 30 minuten de tijd geven om voor een andere bal te zorgen.
b. Hij zal het spel laten hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
c. Was de bal op het moment van onderbreken in het doelgebied, dan wordt de scheidsrechtersbal genomen op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de bal op dat moment was.
d. Is er na 30 minuten nog geen andere bal aanwezig, dan zal hij de wedstrijd definitief dienen te staken.
Vraag 11
De wedstrijdbal wordt hard over het doel geschoten en belandt ver buiten het speelveld. Moet de scheidsrechter nu het spel hervatten met een reservebal? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Nee, hij moet dit niet.
b. Het is de scheidsrechter die bepaalt of tijdelijk een reservebal mag worden gebruikt, of dat moet worden gewacht op de oorspronkelijke wedstrijdbal.
Vraag 12
Er wordt een strafschop genomen. Bij de aanraking met de onderkant van de lat, ploft de bal en verdwijnt vervolgens in het doel. De doelverdediger die de bal uit het doel gehaald heeft, rent nu naar de scheidsrechter en laat zien dat de bal lek is. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen en waarom?
Antw
a. Hij zal de aanvoerder van de thuisclub opdragen om voor een andere bal te zorgen.
b. Hij zal het doelpunt afkeuren
c. Hij zal de strafschop laten overnemen,
d. Omdat hij heeft geconstateerd dat de bal lek was voordat deze in het doel verdween.
e. De verloren gegane speeltijd moet in dezelfde speelhelft worden bijgeteld.
Vraag 13
Tijdens de wedstrijd ontstaat een verwarrende situatie, omdat er een tweede bal in het speelveld komt. De scheidsrechter ziet dit, maar voordat hij kan fluiten wordt de wedstrijdbal op het doel geschoten. De doelverdediger weet de bal over het doel te slaan. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
Antw.
a. Hij zal de tweede bal laten verwijderen.
b. Het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal
c. Op de plaats waar de wedstrijdbal was, toen de scheidsrechter de tweede bal opmerkte.
d. Was dit binnen het doelgebied, dan wordt het spel hervat op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de wedstrijdbal op dat moment was.
Vraag 14
Een te laat gekomen speler loopt zonder toestemming van de scheidsrechter het speelveld in. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor het spel. Hoe zal hij nu verder handelen?
Antw.
a. De scheidsrechter geeft de speler een waarschuwing door het tonen van een gele kaart.
b. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop,
c. Te nemen door de tegenpartij op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter het spel onderbrak.
d. Was dit in het doelgebied, dan op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de bal op dat moment was dan wel op een willekeurige plaats vanuit het doelgebied.
Vraag 15
Een elftal wil zonder doelverdediger spelen. Mag dit? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Neen, één speler moet als doelverdediger te herkennen zijn.
b. Hij mag zich echter wel over het hele speelveld verplaatsen en behoeft dus niet in het doel te blijven staan.
c. Bij een strafschop tegen zijn partij moet hij echter wel op de doellijn tussen de doelpalen staan.
Vraag 16
Op het moment dat het spel is onderbroken, loopt een te laat gekomen speler zonder toestemming van de scheidsrechter het speelveld in om zijn ploeg te completeren. Moet de scheidsrechter hiertegen optreden?
Antw.
Ja, de desbetreffende speler ontvangt een waarschuwing door het tonen van een gele kaart.
Vraag 17
Een partij begint de wedstrijd met 10 spelers. Vijf minuten na het begin meldt de 11e speler zich. Onder welke voorwaarden mag hij nu aan het spel deelnemen?
Antw.
a. De speler moet toestemming van de scheidsrechter krijgen.
b. Het spel behoeft hiervoor niet onderbroken te zijn.
c. Hij moet het veld betreden nabij de middenlijn.
Vraag 18
Uit protest tegen de toegekende strafschop weigert de doelverdediger, ook na aanmaning van de scheidsrechter, om op de doellijn te gaan staan. Hoe dient de scheidsrechter hier te handelen?
Antw.
a. De doelverdediger krijgt nu een waarschuwing door het tonen van een gele kaart.
b. Blijft hij nu weigeren, dan dient hij van het speelveld te worden gezonden door het tonen van een tweede gele kaart en vervolgens onmiddellijk de rode kaart.
c. De aanvoerder dient dan een andere doelverdediger, in afwijkend tenue, aan te wijzen.
Vraag 19
Een speler meldt zich af en wordt door een andere speler vervangen. Even later loopt de afgemelde speler ter hoogte van de middenlijn van de spelersbank het speelveld weer in en trapt de bal in de richting van het doel van de tegenpartij. Wat moet de scheidsrechter doen? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. De speler wordt gewaarschuwd door het tonen van de gele kaart.
b. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
Vraag 20
Een vereniging is van mening dat de invallerbepalingen tijdens de wedstrijd niet juist zijn toegepast en voelt zich hierdoor benadeeld. Kan deze vereniging hiertegen iets ondernemen en wat is hieromtrent verder bepaald?
Antw.
a. Ja, zij kan een verzoek indienen bij de KNVB, om de wedstrijd te laten overspelen vanaf het moment waarop de onjuiste beslissing werd genomen.
b. Dit moet gebeuren binnen 6 werkdagen nadat de wedstrijd gespeeld is.
Vraag 21
Een wisselspeler, die een reeds uitgevallen speler komt vervangen, betreedt zonder dat hij een teken van de scheidsrechter heeft gekregen het speelveld, terwijl de bal in het spel is. De scheidsrechter onderbreekt nu het spel, maar wat moet er nu verder gebeuren?
Antw..
a. De betrokken speler moet een waarschuwing ontvangen, door het tonen van een gele kaart.
b. De scheidsrechter zal het spel moeten hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij, vanaf de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.
c. Was dit binnen het doelgebied dan moet de indirecte vrije schop worden genomen vanaf die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn en wel op de plek die het dichtst gelegen is bij de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken, dan wel vanaf elk willekeurig punt gelegen binnen het doelgebied.
Vraag 22
Wanneer kan de scheidsrechter bezwaar maken tegen de uitrusting van een doelverdediger?
Antw.
a. Als de kleuren van de kleding zodanig zijn, dat ze hem niet voldoende onderscheiden van de veldspelers en de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechters.
b. Als de uitrusting gevaarlijk is voor de doelverdediger zelf en/of de andere spelers.
Vraag 23
Tijdens de wedstrijd raakt een veldspeler geblesseerd en wordt achter de doellijn behandeld. Wanneer en waar mag deze speler weer in het speelveld komen?
Antw.
a. Na toestemming van de scheidsrechter
b. Hij kan dit doen vanaf elke plek op de doel- of zijlijnen, indien de bal uit het spel is.
c. Indien de bal in het spel is, mag de speler alleen het speelveld opnieuw betreden vanaf elke plek op een zijlijn.
Vraag 24
Op het speelveld en nog voor het beginsignaal is gegeven, beledigt een speler de scheidsrechter op grove wijze. Kan de scheidsrechter hier tegen optreden?
Antw.
a. Ja, hij zal de speler van het speelveld zenden door het tonen van een rode kaart.
b. De speler mag worden vervangen door een wisselspeler.
c. Mits het niet de doelverdediger is, behoeft er niet met de beginschop te worden gewacht.
d. Het voorval zal gerapporteerd moeten worden aan de Bond.
Vraag 25
Een speler verlaat het speelveld zonder zich af te melden bij de scheidsrechter en neemt even later zonder toestemming weer deel aan het spel. De scheidsrechter ziet dit en onderbreekt het spel op een moment dat de bal op het middenveld is. Wat zal hij hier moeten beslissen?
Antw.
a. Hij zal volstaan met de desbetreffende speler één waarschuwing te geven door het tonen van een gele kaart.
b. Hij zal het spel laten hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij,
c. Op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.
Vraag 26
Tijdens een oponthoud in een wedstrijd in de 3e klasse van de K.N.V.B. bemerkt de scheidsrechter, dat er een speler meedoet waarvan hij zeker weet dat deze nog geen 15 jaar is. Wat zal de scheidsrechter hier moeten doen?
Antw.
a. Hij zal de speler het verder medespelen verbieden.
b. Deze speler mag niet worden vervangen.
c. Het spel wordt hervat zoals hervat had moeten worden.
d. De verloren gegane speeltijd wordt in dezelfde speelhelft bijgeteld.
e. De scheidsrechter zal het voorval moeten rapporteren aan de Bond
Vraag 27
Scheenbeschermers moeten zijn vervaardigd van geschikt materiaal zoals rubber, plastic of vergelijkbaar materiaal. Wat is er nog meer voorgeschreven met betrekking tot scheenbeschermers?
Antw.
a. Ze moeten volledig door kousen zijn bedekt.
b. Ze moeten een redelijke graad van bescherming bieden.
c. Het dragen ervan is verplicht.
Vraag 28
Een speler wordt door de scheidsrechter van het speelveld gezonden om zijn uitrusting in orde te brengen. Wanneer en waar mag hij weer aan het spel gaan deelnemen?
Antw.
a. Nadat hij toestemming heeft gekregen van de scheidsrechter.
b. Dit moet gebeuren op een moment dat de bal niet in het spel is.
c. Dit mag gebeuren vanaf iedere willekeurige plaats.
d. De scheidsrechter moet zich ervan overtuigd hebben, dat de uitrusting van de speler in orde is.
Vraag 29
Voor aanvang van de wedstrijd ziet de scheidsrechter dat de doelverdedigers van beide partijen dezelfde kleur kleding dragen. Zal hij nu nog maatregelen nemen? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Neen, dit is toegestaan.
b. De kleur moet echter wel afwijken van die van de veldspelers en de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechters.
Vraag 30
In de rust hebben de doelverdediger en een veldspeler van tenue gewisseld. Als het spel in de tweede helft een paar minuten aan de gang is, wordt dit opgemerkt door de scheidsrechter, op het moment dat deze nieuwe doelverdediger de bal in zijn handen neemt. Op welke manier zal deze nu moeten handelen?
Antw.
a. Hij geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van een gele kaart, zodra de gelegenheid zich voordoet.
b. Hij hoeft het spel hiervoor niet te onderbreken.
Vraag 31
Kan aan de scheidsrechter verzocht worden een onderzoek in te stellen naar de uitrusting van de tegenpartij?
Antw.
a. Ja, maar
b. Alleen door de aanvoerder.
c. Hetzij voor aanvang van de wedstrijd.
d. Hetzij tijdens de rust.
Vraag 32
Op het moment dat een aanvaller een doelpunt maakt, ziet de scheidsrechter dat deze een zgn. slidingbroek draagt, waarvan de kleur afwijkt van zijn broek. Wat moet de scheidsrechter hier beslissen? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. De scheidsrechter geeft de speler opdracht het speelveld te verlaten om zijn uitrusting in orde te brengen,
b. Want de zgn. slidingbroek dient dezelfde kleur te hebben als de broeken van de partij waarvan de betrokkene deel uitmaakt.
c. De scheidsrechter laat het spel hervatten met een aftrap na een geldig doelpunt.
d. Op de bewuste speler behoeft niet te worden gewacht en deze mag niet in het speelveld terugkeren alvorens hij zich bij de scheidsrechter heeft gemeld en deze zijn uitrusting in orde heeft bevonden.
e. De speler mag eerst in het speelveld terugkomen op een ogenblik dat de bal niet meer in het spel is.
Vraag 33
Waar moet de scheidsrechter op letten als het spel na een oponthoud weer hervat wordt?
Antw.
a. Dat er zich geen onbevoegden op het speelveld bevinden.
b. Dat het spel op de juiste plaats
c. En op de juiste wijze wordt hervat.
d. Dat de verloren gegane speeltijd in dezelfde speelhelft wordt bijgeteld.
Vraag 34
Hoe en waar zal de scheidsrechter het spel moeten laten hervatten, als hij dit heeft onderbroken om een waarschuwing te geven, terwijl de bal op dat moment in het doelgebied was?
Antw.
a. Met een scheidsrechtersbal.
b. Vanaf die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt met de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de bal was op het moment van onderbreking
Vraag 35
De scheidsrechter heeft, op advies van de assistent-scheidsrechter, gefloten voor buitenspel. Omdat hij het met die beslissing niet eens is, loopt een aanvaller onmiddellijk nadat de indirecte vrije schop genomen is, op de assistent-scheidsrechter af, die op de zijlijn staat, en slaat hem de vlag uit de handen. De scheidsrechter onderbreekt het spel daarvoor en zendt de speler van het veld door het tonen van een rode kaart. Hoe moet het spel daarna hervat worden? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Met een indirecte vrije schop
b. Op de zijlijn, daar waar de assistent-scheidsrechter stond.
c. De vrije schop wordt toegekend wegens een gewelddadige handeling ten opzichte van een official.
Vraag 36
Welke machtsmiddelen heeft de scheidsrechter ten aanzien van onrechtmatige gebeurtenissen die tijdens een wedstrijd plaatsvinden op momenten dat de bal niet in het spel is?
Antw.
a. Het geven van vermaningen.
b. Het geven van waarschuwingen.
c. Het wegzenden van spelers.
d. Het tijdelijk of definitief staken van de wedstrijd.
Vraag 37
Omdat een gewonde speler op het veld ligt, onderbreekt de scheidsrechter het spel om de blessure van de speler te laten behandelen. Hoe moet de scheidsrechter in het Amateurvoetbal hierna handelen?
Antw.
a. Wachten tot de verzorger buiten het speelveld is.
b. Het spel hervatten met een scheidsrechtersbal,
c Te nemen op de plaats waar de bal was toen onderbroken werd.
d. Was dit in het doelgebied dan moet de scheidsrechter de bal laten vallen op die lijn van het doelgebied, die evenwijdig loopt aan de doellijn en wel op de plek die het dichtst gelegen is bij de plaats waar de bal was toen werd onderbroken.
e. De verloren gegane speeltijd in dezelfde speelhelft bijtellen.
Vraag 38
Wanneer is de bal uit het spel?
Antw.
a. Als het spel door de scheidsrechter is onderbroken.
b. Als de bal geheel en al de doellijn of de zijlijn is gepasseerd, hetzij door de lucht hetzij over de grond.
Vraag 39
Er wordt een wedstrijd gespeeld met neutrale assistent-scheidsrechters. Wat is er nu bepaald ten aanzien van het inlopen van de wisselspelers?
Antw.
a. De eerste assistent-scheidsrechter moet er op letten dat het inlopen van de wisselspelers volgens de voorschriften gebeurt, n.l.
b. in trainingspak en
c. aan de kant waar deze assistent-scheidsrechter loopt.
Vraag 40
Wat zal de scheidsrechter moeten doen, als tijdens het spel de doelverdediger, staande in zijn eigen strafschopgebied, de bal per ongeluk hard in het gezicht gooit van een tegenstander die zich buiten het strafschopgebied, maar binnen het speelveld bevindt?
Antw.
a. Niets, gewoon door laten spelen.
b. Raakt de getroffen speler ernstig geblesseerd, dan het spel onderbreken en gelegenheid geven tot verzorging.
c. Het spel wordt in dat geval hervat met een scheidsrechtersbal
d. Op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.
Vraag 41
Tijdens de rust, op weg naar de kleedkamer, hoort de scheidsrechter dat een veldspeler de assistent-scheidsrechter van de tegenpartij op grove wijze beledigt. Kan de scheidsrechter hier nog maatregelen nemen? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Ja, ook tijdens de rust heeft de scheidsrechter de bevoegdheid om persoonlijke straffen te geven.
b. Hij zal deze speler het verder medespelen ontzeggen door het tonen van een rode kaart.
c. Er mag geen wisselspeler voor hem in het veld komen.
Vraag 42
Aan welke voorwaarden moet een clubassistent-scheidsrechter in het amateurvoetbal voldoen?
Antw.
a. Hij moet lid zijn van de K.N.V.B.
b. Hij moet tenminste 16 jaar oud zijn.
c. Hij mag niet als zodanig door de Bond geschorst zijn.
d. Hij moet zich in kleding onderscheiden van de veldspelers.
e. Hij mag geen officieel scheidsrechterstenue (met K.N.V.B.‑embleem) dragen.
f. Hij mag geen reclame op zijn kleding voeren.
Vraag 43
Omdat de doelverdediger gewond is geraakt, onderbreekt de scheidsrechter op het middenveld het spel om de doelverdediger te laten behandelen. Hoe moet de scheidsrechter nu handelen?
Antw.
a. Hij geeft de verzorger een teken dat deze in het speelveld mag komen.
b. Hij moet vervolgens wachten tot de verzorger uit het speelveld is.
c. Het spel moet hervat worden met een scheidsrechtersbal, te nemen op de plaats waar de bal was toen het spel onderbroken werd.
d. Hij moet de verloren gegane speeltijd in dezelfde speelhelft bijtellen.
Vraag 44
In Regel 6 worden de taken van de assistent-scheidsrechters duidelijk omschreven. Welke taken zijn dit?
Antw
De assistent-scheidsrechters hebben tot taak aan te geven:
a. Wanneer de bal buiten het speelveld is.
b. Welke partij recht heeft op een hoekschop, doelschop of inworp.
c. Wanneer een speler gestraft kan worden omdat hij zich in buitenspelpositie bevindt.
- Wanneer men een wisselspeler wenst in te zetten.
- Wanneer onbehoorlijk gedrag of een ander incident heeft plaats gevonden buiten het gezichtsveld van de scheidsrechter.
- Wanneer overtredingen hebben plaatsgevonden, indien de assistent-scheidsrechters zich dichter bij de situatie bevinden dan de scheidsrechter (dit houdt ook in of onder bijzondere omstandigheden bij overtredingen in het strafschopgebied),
- Of, bij strafschoppen, de doelverdediger zich voorwaarts heeft begeven voordat de bal is getrapt en of de bal over de doellijn is gegaan.
Vraag 45
De eerste helft moet worden verlengd voor het nemen van een strafschop. Om de doelman te misleiden onderbreekt de nemer vlak voor de bal even zijn aanloop. De bal wordt echter naast geschoten. Wat doet de scheidsrechter?
Antw.
a. Hij geeft de nemer een waarschuwing door het tonen van de gele kaart
b. Hij fluit nu voor het einde van de eerste helft.
Vraag 46
Tijdens het spel trapt een speler bij herhaling de bal met opzet ver buiten het speelveld, omdat zijn partij voorstaat en het eindsignaal niet lang meer op zich laat wachten. Hoe zal de scheidsrechter hier handelen?
Antw.
a. De scheidsrechter zal deze speler een waarschuwing geven door het tonen van een gele kaart.
b. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij
c. Op de plaats waar de speler de bal trapte.
d. Was dit in het doelgebied, dan moet de vrije schop worden genomen op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats van de overtreding.
e. De verloren gegane tijd moet worden bijgeteld.
Vraag 47
In de laatste seconde van de wedstrijd slaat de doelverdediger, buiten zijn strafschopgebied, de bal voor een aanvaller weg en voorkomt zo een doelpunt. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen en waarom?
Antw.
a. Hij zendt de doelverdediger van het speelveld door het tonen van een rode kaart.
b. Hij zal de wedstrijd beëindigen,
c. Omdat de speeltijd is verstreken.
Vraag 48
Een doelverdediger blijft in zijn doelgebied opzettelijk lang op de bal liggen met de bedoeling tijd te rekken. Hoe zal de scheidsrechter hier handelen?
Antw.
a. De scheidsrechter zal het spel onderbreken.
b. De doelverdediger ontvangt een waarschuwing door het tonen van een gele kaart.
c. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop,
d. Te nemen vanaf de plaats op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst gelegen bij de plaats van de overtreding.
e. De verloren gegane tijd moet worden bijgeteld in dezelfde speelhelft.
Vraag 49
In de rust is komen vast te staan dat de scheidsrechter 5 minuten te lang heeft laten spelen. In die 5 minuten is juist een doelpunt gemaakt. Wat staat de scheidsrechter nu te doen? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Het fluitsignaal voor het einde van de eerste helft is bepalend; daarom kan de scheidsrechter het doelpunt niet meer afkeuren.
b. Wel moet hij het voorval rapporteren aan de bond, evenals alle andere zaken die hiervoor van belang zijn.
c. Hij moet de tweede helft gewoon de vastgestelde speeltijd laten duren.
Vraag 50
De speeltijd van een wedstrijd begint te tellen als de bal op reglementaire wijze in het spel is gebracht. Wat wil dat zeggen?
Antw.
Als na het teken voor het begin van de wedstrijd
a. De bal op de helft van de tegenpartij, dus in voorwaartse richting is getrapt en beweegt.
b. Geen der spelers te vroeg de middenlijn heeft overschreden.
c. Geen der spelers van de tegenpartij te vroeg de middencirkel heeft betreden.
Vraag 51
Wanneer moet een scheidsrechtersbal worden overgenomen?
Antw.
a. Als de bal door een speler wordt aangeraakt voordat de bal de grond raakt.
b. Als er een overtreding wordt begaan voordat de bal in het spel is.
c. Als de bal rechtstreeks buiten het speelveld gaat zonder dat één der spelers de bal heeft aangeraakt en er geen overtreding is gemaakt in de tijd dat de bal in het spel was.
Vraag 52
In welke gevallen mag de bal niet achterwaarts naar een medespeler worden gespeeld?
Antw.
Dit mag niet bij:
a. de beginschop
b. een aftrap na geldig doelpunt
c. de aftrap tweede helft
d. een strafschop
Vraag 53
De scheidsrechter is ervan overtuigd dat de bal over de doellijn naast de palen zal gaan en fluit voor een doelschop. De bal komt echter tegen de buitenkant van de doelpaal, blijft daardoor in het veld en wordt vervolgens alsnog in het doel gewerkt. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. De scheidsrechter moet het doelpunt afkeuren.
b. Het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal.
c. Deze moet worden uitgevoerd op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
Vraag 54
Wat moet er gebeuren als bij de aftrap van de tweede helft een speler steeds te vroeg toeloopt?
Antw.
a. De speler krijgt eerst een waarschuwing door het tonen van een gele kaart
b. En wordt bij herhaling van het speelveld gezonden door het tonen van een tweede gele kaart en vervolgens onmiddellijk de rode kaart.
Vraag 55
Tijdens het uitvoeren van een scheidsrechtersbal in het strafschopgebied trapt een verdediger een aanvaller net buiten het strafschopgebied. Op dat moment heeft de bal wel de grond geraakt, maar geen van de spelers heeft de bal al gespeeld of aangeraakt. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. De scheidsrechter onderbreekt het spel.
b. De trappende speler wordt van het speelveld gezonden door het tonen van een rode kaart.
c. Het spel wordt hervat met een directe vrije schop voor de aanvallende partij
d. Omdat de bal reeds in het spel was en de overtreding buiten het strafschopgebied plaatsvond.
Vraag 56
Bij een aanval door de tegenpartij stapt een verdediger opzettelijk over de zijlijn, om zodoende een aanvaller buitenspel te zetten. Nadat de doelman de bal heeft gevangen stapt de verdediger weer het speelveld in. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?
Antw.
a. Hij moet het spel niet onderbreken.
b. Bij de eerstvolgende keer dat de bal uit het spel is, zal hij de verdediger een waarschuwing geven wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld.
Vraag 57
Nadat de scheidsrechter het teken voor de beginschop heeft gegeven, maar voordat de bal in het spel is, trapt een veldspeler zijn tegenstander. Kan de scheidsrechter nu al maatregelen nemen? Verklaar het antwoord.
Antw
a. Ja, de trappende speler zal van het speelveld worden gezonden door het tonen van een rode kaart.
b. Hij mag wel vervangen worden.
c. Met het beginsignaal hoeft niet te worden gewacht tot deze vervanger in het speelveld is.
Vraag 58
Meestal is de bal bij een spelhervatting in het spel als deze met de voet is getrapt en beweegt. Toch zijn hier bij dit soort spelhervattingen uitzonderingen op. Welke zijn deze?
Antw.
a. De doeltrap; de bal moet eerst het strafschopgebied verlaten hebben
b. Een vrije schop voor de verdedigende partij, genomen van binnen het eigen strafschopgebied; de bal moet eerst het strafschopgebied hebben verlaten.
c. De beginschop, aftrap tweede helft en aftrap na een geldig doelpunt; de bal moet in voorwaartse richting zijn getrapt.
d. De strafschop; de bal moet in voorwaartse richting zijn getrapt.
Vraag 59
Noem 10 gevallen waarbij, na een onderbreking van de scheidsrechter, het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal?
Antw.
1. Een vergissing van de scheidsrechter.
2. Het terreinmateriaal moet worden hersteld.
3. Overlast van het publiek.
4. Het leeglopen van de bal.
5. Een tweede bal in het speelveld.
6. Voor een blessure.
7. Voor een overtreding buiten het speelveld.
8. Meer dan 11 spelers van één partij in het speelveld.
9. Het aanraken van de bal binnen het speelveld door het publiek; behalve bij het nemen van een strafschop.
10. Het gelijktijdig begaan van een overtreding door twee tegenstanders.
11 Een hond of iets dergelijks in het speelveld.
12. Wegens weersomstandigheden.
Vraag 60
Vlak voordat de bal in het doel zal gaan, komt een toeschouwer het veld in en tracht een doelpunt te voorkomen. Ondanks het feit dat de toeschouwer de bal raakt, verdwijnt deze toch in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen nadat hij heeft afgefloten?
Antw.
a. De toeschouwer via de aanvoerder van de thuisspelende vereniging laten verwijderen.
b. Gebeurde dit tijdens het nemen van een strafschop, dan de strafschop over laten nemen.
c. Gebeurde dit tijdens het spel, dan moet hervat worden met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de toeschouwer de bal raakte.
d. Gebeurde dit tijdens het spel in het doelgebied, dan moet hervat worden met een scheidsrechtersbal op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de toeschouwer de bal raakte.
Vraag 61
Tijdens het spel verdwijnt de bal via de hand van een speler in het doel. Wanneer zal de scheidsrechter dit doelpunt goedkeuren?
Antw.
a. Indien de doelverdediger dit doet binnen zijn eigen strafschopgebied.
b. Indien het geen opzettelijk spelen van de bal met de hand is.
c. Indien de bal in eigen doel gaat.
d. Indien de doelverdediger de bal in het doel van de tegenpartij gooit vanuit zijn eigen strafschopgebied.
Vraag 62
In het doelgebied weet de doelverdediger vallend de bal in zijn bezit te krijgen. Omdat aanvallers toelopen, trapt een verdediger de bal in paniek uit de handen van de doelverdediger. Wat moet de scheidsrechter beslissen als de bal rechtstreeks over één van de lijnen buiten het speelveld wordt getrapt? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Aangezien dit trappen door een medespeler gebeurde, is dit niet verboden.
b. Verdwijnt de bal over de zijlijn dan zal de tegenpartij een inworp mogen nemen.
c. Verdwijnt de bal over de doellijn buiten de palen dan zal hervat moeten worden met een hoekschop.
d. Verdwijnt de bal over de doellijn tussen de palen dan zal hervat moeten worden met een aftrap na een geldig doelpunt.
Vraag 63
Wanneer bevindt een speler zich, volgens regel 11, in buitenspelpositie?
Antw.
Hij bevindt zich in buitenspelpositie als hij dichter bij de doellijn van de tegenpartij is dan de bal, tenzij
a. hij zich op zijn eigen speelhelft bevindt of
b. hij niet dichter bij de doellijn is dan tenminste 2 tegenstanders.
Vraag 64
Bij een indirecte vrije schop op het doel van partij A op 8 meter voor het doel wordt op de doellijn een muurtje gevormd. De bal wordt nu via een medespeler van de nemer, die zich ook op de doellijn bevindt, in het doel gekopt. Er zijn geen overtredingen begaan. Wat beslist de scheidsrechter? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. De scheidsrechter zal een geldig doelpunt toekennen.
b. Omdat de medespeler gelijk staat met de laatste verdedigers,
c. Kan er geen sprake zijn van buitenspel.
Vraag 65
Op het moment van spelen van de bal staat een aanvaller buitenspel. Voordat de scheidsrechter kan fluiten, wordt de bal echter door een verdediger in eigen doel geschoten. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. De scheidsrechter zal het doelpunt toekennen, indien de aanvaller naar zijn oordeel niet strafbaar buitenspel stond.
b. In dat geval zal hij laten hervatten met een aftrap na een geldig doelpunt.
c. De scheidsrechter zal het doelpunt niet toekennen, indien de aanvaller naar zijn oordeel wel strafbaar buitenspel stond
d. Hij zal het spel dan laten hervatten met een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de buitenspel staande speler zich bevond.
e. Was dit binnen het doelgebied, dan vanaf een willekeurige plaats vanuit dit gebied.
Vraag 66
Bij welke spelhervattingen door de eigen partij zal een speler niet voor strafbaar buitenspel worden bestraft, indien hij de bal rechtstreeks uit die spelhervatting ontvangt?
Antw.
Bij een:
a. inworp
b. hoekschop
c. doelschop
Vraag 67
Wanneer begint in het amateurvoetbal de bevoegdheid van de scheidsrechter en wanneer eindigt deze bevoegdheid en wat houdt deze bevoegdheid in?
Antw.
- De bevoegdheid begint zodra de scheidsrechter zijn kleedlokaal verlaat om de wedstrijd aan te vangen.
- De bevoegdheid eindigt, zodra de scheidsrechter na het einde van de wedstrijd zijn kleedlokaal weer heeft betreden.
- De bevoegdheid houdt in dat de scheidsrechter in die periode persoonlijke straffen mag uitdelen.
- En spelstraffen mag uitdelen, alleen indien de bal in het spel is.
Vraag 68
Een verdediger trekt zich achter de doellijn terug om zodoende een aanvaller buitenspel te zetten. De aanvaller maakt toch een doelpunt. Is dit een geldig doelpunt, als er zich geen andere overtredingen hebben voorgedaan? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Ja, dit is een geldig doelpunt,
b. de verdediger wordt in dit geval geacht zich op de doellijn te bevinden.
c. de verdediger krijgt een waarschuwing d.m.v. een gele kaart wegens het zonder toestemming verlaten van
het speelveld.
Vraag 69
Op het moment van spelen van de bal door een medespeler staat de spits naar het oordeel van de scheidsrechter strafbaar buitenspel. De bal raakt echter nog een speler van de tegenpartij. De spits trapt de bal vervolgens over het doel. Wat is de spelhervatting en waarom?
Antw.
a. Een indirecte vrije schop,
b. omdat op het moment van spelen de speler volgens de scheidsrechter strafbaar buitenspel stond.
Vraag 70
Wanneer zal een speler die zich in buitenspelpositie bevindt, door de scheidsrechter daarvoor worden bestraft?
Antw.
Als deze speler, op het moment dat één van zijn medespelers door de bal wordt geraakt of deze speelt, actief bij het spel is betrokken door:
a. in te grijpen in het spel; of
b. een tegenstander in diens spel te beïnvloeden; of
c. voordeel te trekken uit de buitenspelpositie.
Vraag 71
Een aanvaller heeft zich achter de doellijn teruggetrokken om zich aan buitenspel te onttrekken. Hij loopt het speelveld in en probeert de bal te spelen op het moment dat deze na een schot op het doel van de doelpaal terugkomt. Moet de scheidsrechter hier nog ingrijpen?
Antw.
a. Ja, de scheidsrechter onderbreekt het spel.
b. Hij geeft de aanvaller een waarschuwing door het tonen van een gele kaart, wegens onsportief gedrag.
c. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter het spel onderbrak.
d. Was dit in het doelgebied, dan mag het spel hervat worden vanaf elk willekeurig punt gelegen binnen dit gebied.
Vraag 72
Een aanvaller staat in een strafbare buitenspelpositie. Een verdediger loopt in zijn richting. Voordat de scheidsrechter het spel kan onderbreken, haalt de verdediger de aanvaller onderuit. Wat moet de scheidsrechter hier beslissen en waarom?
Antw.
a. Het spel onderbreken en de verdediger een waarschuwing geven door het tonen van een gele kaart,
b. Of hem van het speelveld zenden door het tonen van een rode kaart.
c. De verdedigende partij een indirecte vrije schop toekennen wegens buitenspel, omdat de eerste overtreding bestraft dient te worden.
Vraag 73
Twee tegenstanders trappen tegelijk tegen de bal. De bal komt nu bij een aanvaller, die op het moment van spelen op de middenlijn stond met alleen de doelverdediger van de tegenpartij voor zich. Hij loopt nu door en maakt een doelpunt. Wat beslist de scheidsrechter en waarom?
Antw.
a. De scheidsrechter zal een doelpunt toekennen.
b. Omdat de middenlijn bij beide speelhelften hoort, is hier dus geen sprake van buitenspel.
Vraag 74
Wanneer wordt een speler niet voor buitenspel bestraft, terwijl hij op het moment dat de bal naar hem gespeeld wordt, alleen de doelverdediger van de tegenpartij voor zich heeft?
Antw.
Hij wordt niet bestraft als:
a. hij op eigen speelhelft staat.
b. de bal het laatst door een tegenstander is gespeeld.
c. hij zich niet voor de bal bevond.
d. hij de bal ontvangt uit een doelschop.
e. hij de bal ontvangt uit een hoekschop.
f. hij de bal ontvangt uit een inworp.
g. hij op gelijke hoogte staat met de voorlaatste verdediger.
Vraag 75
Een niet strafbaar buitenspel staande aanvaller wordt in het strafschopgebied op onbesuisde wijze aangevallen door een verdediger. De bal is op dat moment buiten het strafschopgebied in het spel. Wat zal de scheidsrechter beslissen? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. De verdediger zal een waarschuwing door het tonen van een gele kaart ontvangen wegens gevaarlijk aanvallen.
b. Het spel wordt hervat met een strafschop.
c. Ondanks het feit dat de aanvaller buitenspel stond, blijft hij toch onder bescherming van regel 12.
Vraag 76.
Een speler moet worden bestraft met het toekennen van een directe vrije schop c.q. strafschop, indien hij één van de 10 overtredingen begaat, zoals aangegeven in regel 12. Welke zijn deze?
Antw.
De 7 hieronder volgende overtredingen begaan op een wijze die door de scheidsrechter wordt beoordeeld als onvoorzichtig, onbesuisd of gepaard gaande met een buitensporige inzet;
a. Een tegenstander trapt of probeert te trappen;
b. Een tegenstander laat struikelen of probeert te laten struikelen;
c. Springt naar een tegenstander;of
d. Een tegenstander aanvalt; of
e. Een tegenstander slaat of probeert te slaan; of
f. Een tegenstander duwt;
g. een tegenstander ten val brengt
alsmede één van de 3 hieronder volgende overtredingen;
h. Een tegenstander vasthoudt, of
j. Een tegenstander bespuwt.
k. De bal opzettelijk met de hand of arm speelt (dit slaat niet op de doelverdediger binnen zijn eigen strafschopgebied).
Vraag 77.
Wat wordt verstaan onder ernstig gemeen spel? Noem 5 voorbeelden.
Antw.
Er is sprake van ernstig gemeen spel als een speler een overtreding begaat, gepaard gaande met buitensporige inzet en/of daarmee de veiligheid van de tegenstander in gevaar brengt, c.q. kan brengen.
a. een tegenstander laten vallen, of proberen te laten vallen
b. springen naar een tegenstander,
c. een tegenstander aanvallen,
d. een tegenstander duwen,
e. een tackle uitvoeren op een manier, die de veiligheid van de tegenstander in gevaar brengt.
Vraag 78.
Wanneer moet de scheidsrechter toch een strafschop toekennen, als de bal niet in het strafschopgebied is?
Antw.
a. Een strafschop moet gegeven worden voor één van de overtredingen in regel 12 die bestraft moeten worden met een directe vrije schop, m.u.v. hands
b. Wanneer die overtreding, naar het oordeel van de scheidsrechter, werd begaan op een wijze zoals in regel 12 is bepaald, door een speler van de verdedigende partij
c. Binnen of op de lijnen van diens strafschopgebied
d. Ten opzichte van een tegenstander,
e. Terwijl de bal in het spel was.
Vraag 79.
Wanneer wordt een speler die in de 30e minuut bewust de bal met de hand speelt toch niet van het speelveld gezonden?
Antw.
a. Als de doelverdediger dit doet in zijn eigen strafschopgebied.
b. Als de bal niet in het spel is.
c. Als een veldspeler dit doet, maar daarbij niet een duidelijke scoringskans ontneemt of een doelpunt voorkomt.
Vraag 80
Een aanvaller schiet de bal op het doel. De rechtsachter, die op de doellijn staat, weet een doelpunt te voorkomen door de bal over het doel te werken. Wat beslist de scheidsrechter en waarom?
Antw.
a. Speelde de verdediger de bal met de hand/arm dan volgt een strafschop en dient hij van het speelveld te worden gezonden door het tonen van de rode kaart
b. Vanwege ernstig gemeen spel overeenkomstig Regel 12.
c. Deed deze verdediger dit niet met hand/arm dan volgt een hoekschop.
Vraag 81
De doelverdediger staat nabij de strafschopstip en wil een hoge bal vangen. Hij hoort echter schuin achter zich "los" roepen. De doelverdediger steekt nu geen hand naar de bal uit en deze gaat in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. Indien een medespeler of een toeschouwer riep zal de scheidsrechter het doelpunt toekennen.
b. Indien het een tegenstander was die binnen het speelveld stond, dan krijgt deze speler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop op de plaats van de overtreding.
c. Indien het een tegenstander was die buiten het speelveld stond, dan krijgt hij een waarschuwing door het tonen van de gele kaart, maar dan wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op het moment van roepen.
Vraag 82.
Om een aanvaller een duidelijke scoringskans te ontnemen, slaat iemand van de verdedigende partij de bal met de hand weg. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. Hij zal het spel onderbreken als het een verdediger betreft, of de doelverdediger buiten zijn eigen strafschopgebied.
b. Hij zal in dit geval de bewuste speler van het speelveld zenden door het tonen van de rode kaart.
c. Als dat de doelverdediger is, dient er een nieuwe doelverdediger te komen.
d. Hij zal het spel laten hervatten met een directe vrije schop c.q. strafschop.
e. Er zal worden doorgespeeld als dit door de doelverdediger gebeurde binnen zijn eigen strafschopgebied.
Vraag 83.
Een doelverdediger doet alsof hij de bal wil wegwerpen, maar gooit met kracht de bal in het gezicht van een tegenstander,die in de netruimte van het doel staat. Wat zal de scheidsrechter hier moeten beslissen?
Antw.
a. Hij zal het spel onderbreken.
b. Hij zal de doelverdediger van het speelveld zenden door het tonen van de rode kaart.
c. Er zal een nieuwe doelverdediger dienen te komen, die zich in kleding onderscheidt van de veldspelers, de scheidsrechter en zijn assistenten.
d. Hij zal een strafschop moeten toekennen, indien de bal niet geheel en al het doelvlak is gepasseerd.
e. Hij zal een doelpunt toekennen, als de bal geheel en al het doelvlak is gepasseerd.
Vraag 84.
Net buiten het strafschopgebied wipt een verdediger de bal bij een directe vrije schop met zijn voet op en speelt hem met zijn knie terug op de binnen dit gebied staande doelverdediger. Deze pakt nu de bal in zijn handen. Wat beslist de scheidsrechter en waarom?
Antw.
a. De scheidsrechter onderbreekt het spel.
b. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de verdediger stond,
c. Wegens het twee maal spelen van de bal.
d. Werd de overtreding begaan binnen het doelgebied, dan wordt de vrije schop genomen op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats van de overtreding.
Vraag 85.
Een doorgebroken speler heeft een duidelijke scoringskans. Op het moment dat hij wil schieten, wordt hij door een verdediger vastgehouden. De aanvaller rukt zich los en trapt nu de verdediger. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. Beide spelers worden van speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart.
b. Het spel wordt hervat met een directe vrije schop c.q. strafschop voor de aanvallende partij.
Vraag 86.
In welke gevallen wordt het trappen van een tegenstander wel bestraft met wegzenden, maar niet met een directe vrije schop c.q. strafschop?
Antw.
a. Als de overtreding buiten het speelveld plaatsvond.
b. Als de bal op het moment van trappen niet in het spel was.
Vraag 87.
Een aanvaller gaat alleen op de doelverdediger af. Deze rent zijn doel uit en stompt de bal net voor de aanvaller weg. De spelers raken elkaar niet. Wat is de beslissing van de scheidsrechter?
Antw.
a. Gebeurde het stompen binnen het strafschopgebied, dan door laten spelen.
b. Gebeurde het stompen buiten het strafschopgebied, dan het spel onderbreken en het spel laten hervatten met een directe vrije schop wegens het spelen van de bal met de hand.
c. De doelverdediger wordt van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart, indien een duidelijke scoringskans of een doelpunt wordt voorkomen.
Vraag 88.
De bal wordt hard op het doel geschoten. Een aanvaller, die achter de doellijn is gaan staan om zich aan buitenspel te onttrekken, roept nu "laat gaan". De doelverdediger doet nu niets en de bal verdwijnt in het doel. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Wat moet hij nu beslissen?
Antw.
a. Hij zal een waarschuwing moeten geven door het tonen van de gele kaart aan de speler die roept, wegens onsportief gedrag.
b. Hij zal het spel laten hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was op het moment van de overtreding.
c. Was de bal op het moment van de overtreding in het doelgebied, dan zal de scheidsrechtersbal moeten worden gegeven op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
Vraag 89.
Een verdediger klemt in zijn doelgebied de bal tussen zijn benen om te verhinderen dat een aanvaller de bal kan spelen. De aanvaller trapt nu op zijn beurt op ruwe wijze de verdediger. Wat beslist de scheidsrechter? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. De aanvaller wordt van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart.
b. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats van de overtreding, te nemen door de aanvallende partij
c. De eerste overtreding wordt bestraft wegens passief gevaarlijk spel.
Vraag 90.
De doelverdediger werpt een scheenbeschermer naar de bal, waardoor de aanvaller de bal naast het doel schiet. Wat moet de scheidsrechter beslissen als
a. de scheenbeschermer de bal mist en
b. de scheenbeschermer de bal geraakt heeft?
Antw.
a. In beide gevallen wordt de doelverdediger van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart wegens het ontnemen van een scoringskans.
b. Er zal een nieuwe doelverdediger dienen te komen, die te onderscheiden is van de veldspelers en de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechters.
c. Als de scheenbeschermer de bal niet raakt wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop
d. Als de scheenbeschermer de bal wel raakt wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop
e. De verloren gegane tijd zal in dezelfde speelhelft bijgeteld moeten worden
Vraag 91.
Om een aanvaller een duidelijke scoringskans te ontnemen, slaat een speler de bal met de hand weg. Wat beslist de scheidsrechter als er op dat moment nog slechts 1 minuut te spelen is?
Antw.
a. De bewuste speler wordt van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart
b. Het spel wordt hervat met een directe vrije schop c.q. strafschop.
c. Doet de doelverdediger dit echter in zijn eigen strafschopgebied, dan gewoon door laten spelen.
Vraag 92.
In een duel om de bal heffen 2 tegenstanders hun voet te hoog op. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor het spel. Wat is de spelhervatting en waarom?
Antw.
a. Een scheidsrechtersbal,
b. Omdat beide spelers gelijktijdig een overtreding begaan, namelijk op een gevaarlijke wijze spelen.
Vraag 93.
Bij een voorzet voor het doel springen een doelverdediger en een aanvaller omhoog om de bal te kunnen spelen. De aanvaller geeft hierbij de doelverdediger een schouderduw en kopt de bal in het doel. Wat beslist de scheidsrechter als de bal op dat moment wel en als de bal op dat moment niet binnen speelbereik was en waarom?
Antw.
a. In beide gevallen wordt de aanvaller bestraft met een directe vrije schop.
b. Omdat de doelverdediger binnen het gehele strafschopgebied niet mag worden aangevallen.
Vraag 94.
Bij een voorzet voor het doel spelen een aanvaller en een verdediger tegelijkertijd de bal met opzet met de hand nabij de strafschopstip. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Hoe wordt nu het spel hervat?
Antw.
a. Is de verdediger de doelverdediger, dan wordt het spel hervat met een directe vrije schop voor de verdedigende partij.
b. Is de verdediger echter een veldspeler, dan wordt hervat met een scheidsrechtersbal.
Vraag 95.
Een aanvaller die zich in het doelgebied van de tegenpartij bevindt, spuwt een tegenstander die in de netruimte van het doel staat. Wat beslist de scheidsrechter, als de bal op dat moment in het spel is?
Antw.
a. De spuwende speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart.
b. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij vanaf de plaats waar de bal was op het moment dat het spel werd onderbroken.
Vraag 96.
Wanneer, hoe en waarom zal de scheidsrechter een schouderduw toch bestraffen?
Antw.
a. Als de bal niet binnen speelbereik is of de speler niet probeert de bal in zijn bezit te krijgen:
b. Met een directe vrije schop
c. wegens duwen
Vraag 97.
Een trainer in het Amateurvoetbal beledigt de scheidsrechter op grove wijze, terwijl de bal in het spel is nabij de middenlijn. De scheidsrechter hoort dit en onderbreekt hiervoor het spel. Wat zal de scheidsrechter beslissen?
Antw.
a. Hij zendt de trainer weg door het tonen van een rode kaart.
b. Hij hervat het spel met een scheidsrechtersbal
c. op de plaats waar de bal was toen werd onderbroken.
d. Hij dient het voorval te rapporteren aan de Bond
Vraag 98.
Nadat de doelverdediger de bal in zijn strafschopgebied gevangen heeft, legt hij de bal op de grond en speelt hem met de voet verder. Bij de vierde pas raapt hij de bal op en werpt hem naar een medespeler. Zal de scheidsrechter hier nog moeten ingrijpen?
Antw.
a. Ja, de scheidsrechter zal het spel moeten onderbreken en
b. de tegenpartij een indirecte vrije schop toekennen
c. op de plaats waar de doelverdediger de bal opraapte.
d. Raapte hij de bal echter buiten de strafschopgebied op, dan is de spelhervatting een directe vrije schop wegens het spelen van de bal met de hand.
Vraag 99.
Een snelle voorhoedespeler rent in de 20e minuut van de eerste helft op het doel van de tegenstander af. Zijn directe bewaker rent hem achterna en weet hem ter hoogte van de strafschopstip even aan zijn shirt vast te houden, zodanig dat de doelverdediger de bal kan oppakken. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. Hij zendt de verdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart.
b. Hij hervat met een strafschop.
Vraag 100.
De bal is op het middenveld in het spel. De scheidsrechter ziet nu dat de rechtsachter binnen zijn eigen strafschopgebied, nabij de strafschopstip, een andere speler een klap geeft. Wat zal de scheidsrechter beslissen?
Antw.
a. Hij zal het spel onderbreken en de verdediger van het speelveld zenden door het tonen van de rode kaart.
b. Het spel wordt hervat met een strafschop voor de tegenpartij, indien hij een tegenstander sloeg.
c. Was de andere speler echter een medespeler, dan wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop op de plaats van de overtreding.
Vraag 101.
De bal wordt voor het doel geplaatst. Om te voorkomen dat een aanvaller kan scoren, geeft de verdediger als de bal binnen speelbereik is hem een schouderduw, zodat zijn doelverdediger de bal simpel kan vangen. Wat moet de scheidsrechter hier beslissen en waarom?
Antw.
a. Hij zal het spel onderbreken.
b. De verdediger moet van het speelveld worden weggezonden door het tonen van de rode kaart.
c. Hij zal een strafschop toekennen tegen de verdediger, aangezien deze niet probeert de bal in zijn bezit te krijgen.
Vraag 102.
Als de bal hoog voor het doel gespeeld wordt, roept de doelverdediger “los”. Hierdoor kan hij de bal gemakkelijk vangen, zonder een aanvaller, die vlak voor hem staat, een duidelijke scoringskans te ontnemen. Moet de scheidsrechter hier nog ingrijpen, als hij meent dat de doelverdediger de aanvaller bewust misleidde?
Antw.
a. Ja, hij moet het spel onderbreken.
b. Hij zal de doelverdediger een waarschuwing moeten geven door het tonen van de gele kaart wegens onsportief gedrag.
c. Hij zal het spel laten hervatten met een indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de plaats van de overtreding.
d. Was dit binnen het doelgebied, dan op die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
Vraag 103.
De doelverdediger komt uit zijn doel en springt in zijn doelgebied op om de bal te bemachtigen. Hij doet dit met opgetrokken knieën en raakt daarbij een tegenstander op ernstige wijze. De scheidsrechter onderbreekt nu het spel. Wat zal hij moeten beslissen?
Antw.
a. De doelverdediger moet van het speelveld worden gezonden door het tonen van de rode kaart.
b. Er zal een nieuwe doelverdediger dienen te komen, die te onderscheiden is van de veldspelers en de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechters.
c. Er zal hervat dienen te worden met een strafschop.
d. De verloren gegane tijd zal in dezelfde speelhelft bijgeteld moeten worden.
Vraag 104.
De doelverdediger is ver uit zijn doel gekomen en vangt net binnen het strafschopgebied de bal. Door de gladheid van het speelveld glijdt hij uit en komt met de bal in de handen net buiten de lijnen van het strafschopgebied. Hoe moet de scheidsrechter handelen in deze situatie?
Antw.
a. Hij moet het spel onderbreken.
b. Hij moet een directe vrije schop toekennen wegens het spelen van de bal met de hand, als de aanraking plaats vond binnen het speelveld.
c. Hij moet een hoekschop toekennen, als de aanraking plaatsvond buiten het speelveld.
Vraag 105.
Wat is het kenmerkende verschil tussen obstructie en blokkeren en wat is in beide gevallen de spelstraf hiervoor?
Antw.
a. Obstructie is alleen maar hinderen zonder dat er sprake is van lichamelijk contact.
b. De spelstraf is een indirecte vrije schop.
c. Blokkeren is een actie waarbij lichamelijk contact een vooropgezet doel is.
d. De spelstraf is in dit geval een directe vrije schop.
Vraag 106.
Bij een hoge voorzet kopt een aanvaller, steunende op de schouders van een partijgenoot, de bal in het doel van de tegenpartij. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. Het doelpunt wordt afgekeurd.
b. De steunende speler ontvangt een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
c. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij op de plaats van de overtreding.
d. Was dat in het doelgebied dan vanaf een willekeurig punt in dit gebied.
Vraag 107.
Bij een vrije schop vormen de verdedigers een muurtje op 9.15 meter, waarbij ze arm in arm gaan staan. De bal wordt nu hard tegen een arm geschoten en gaat dan over het doel. Hoe wordt nu het spel hervat?
Antw.
a. Met een directe vrije schop als de aanraking plaatsvond buiten het strafschopgebied.
b. Met een strafschop als de aanraking plaatsvond binnen het strafschopgebied.
Vraag 108.
Een aanvaller loopt met de doelverdediger mee om deze zodoende te beletten de bal in het spel te brengen. Zal de scheidsrechter hier tegen optreden en zo ja, hoe en waarom?
Antw.
a. Ja, de scheidsrechter onderbreekt het spel.
b. De aanvaller moet worden bestraft met een indirecte vrije schop wegens hinderen van de doelverdediger.
c. De doelverdediger mag niet worden belet om de bal binnen 6 seconden weer in het spel te brengen.
Vraag 109.
Wat moet de scheidsrechter beslissen als een directe vrije schop rechtstreeks in het doel wordt getrapt en er geen overtredingen werden begaan?
Antw.
a. In het doel van de tegenpartij: doelpunt.
b. Van buiten het strafschopgebied in eigen doel: hoekschop
c. Van binnen het strafschopgebied in eigen doel: vrije schop overnemen.
Vraag 110.
Er mag een indirecte vrije schop genomen worden. De bal wordt in de richting van het doel geschoten en via de scheidsrechter verdwijnt de bal door het doelvlak. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. Hij laat de vrije schop overnemen, als de bal van binnen het eigen strafschopgebied in eigen doel wordt geschoten.
b. Hij geeft een hoekschop, indien de bal van buiten het strafschopgebied in eigen doel wordt geschoten.
c. Hij kent een doelschop toe, indien de bal in het doel van de tegenpartij wordt geschoten.
Vraag 111.
Een aanvaller mag een indirecte vrije schop nemen en verplaatst de bal hierbij ongeveer 10 cm. Een medespeler komt toelopen en trapt vervolgens de bal naast het doel. Hoe zal de scheidsrechter hier handelen en waarom ?
Antw.
a. De scheidsrechter zal een doelschop toekennen,
b. omdat de bal in het spel is, zodra hij is getrapt en beweegt.
Vraag 112.
Uit welke reglementair genomen vrije schoppen kan nooit rechtstreeks gedoelpunt worden?
Antw.
a. Alle vrije schoppen in het eigen doel.
b. Indirecte vrije schoppen.
Vraag 113.
Wanneer is de bal in het spel bij een indirecte vrije schop genomen binnen het strafschopgebied?
Antw.
a. Door de aanvallende partij genomen: zodra de bal is getrapt en beweegt.
b. Door de verdedigende partij genomen: wanneer deze rechtstreeks buiten het strafschopgebied en binnen het speelveld is getrapt.
Vraag 114.
Bij welke spelhervatting of spelhervattingen binnen het strafschopgebied is het toegestaan dat meerdere spelers van beide partijen zich in dit gebied bevinden?
Antw.
a. Bij een scheidsrechtersbal.
b. Bij een indirecte vrije schop te nemen door de aanvallende partij.
Vraag 115.
De verdedigende partij mag een vrije schop nemen, toegekend wegens op een gevaarlijke wijze spelen. De bal wordt teruggespeeld op de doelverdediger die zich binnen het eigen doelgebied bevindt en via zijn handen verdwijnt de bal in het doel. Wat zal de scheidsrechter hier beslissen?
Antw.
a. Wordt de vrije schop genomen van buiten het strafschopgebied, dan is het een geldig doelpunt.
b. Wordt de vrije schop genomen van binnen het strafschopgebied, dan wordt deze overgenomen.
Vraag 116.
Na het teken voor het nemen van een vrije schop, wordt de bal tegen een tegenstander geschoten, die opzettelijk te dichtbij is blijven staan. Moet de scheidsrechter hier nog ingrijpen?
Antw.
a. De scheidsrechter mag de voordeelregel toepassen.
b. Wordt door de aanraking echter de uitwerking geschaad, dan dient hij de vrije schop te laten overnemen.
c. De te dichtbij staande speler dient een waarschuwing te ontvangen door het tonen van de gele kaart.
Vraag 117.
Bij welke spelhervatting(en) moet(en) de tegenstander(s) verder dan 9.15 m. van de bal verwijderd zijn?
Antw.
a. Bij doelschoppen.
b. Bij vrije schoppen te nemen door de verdedigende partij vanuit haar eigen strafschopgebied op een afstand van meer dan 9.15 m. van de lijnen van dit gebied.
c. De doelverdediger bij een strafschop.
Vraag 118.
De verdedigende partij mag een vrije schop nemen vanuit het eigen strafschopgebied. Vanaf welke plaats wordt de vrije schop nu genomen?
Antw.
- Vanaf de plaats van de overtreding.
- In het doelgebied mag de vrije schop genomen worden vanaf elk willekeurig punt gelegen binnen het doelgebied.
Vraag 119.
In zijn eigen strafschopgebied geeft een verdediger een tegenstander die ook binnen dit gebied staat, een klap. Onmiddellijk hierna scoort de partij van de slaande speler. Pas nu ziet de scheidsrechter het vlagsignaal van de neutrale assistent-scheidsrechter en hoort wat er gebeurd is. Wat zal de scheidsrechter moeten beslissen?
Antw.
a. De slaande speler wordt van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart.
b. Het doelpunt wordt niet toegekend.
c. Het spel wordt hervat met een strafschop tegen de partij van de slaande speler.
Vraag 120.
Wanneer wordt de bal geacht in het spel te zijn bij het nemen van een strafschop, als deze op correcte wijze wordt uitgevoerd?
Antw.
a. Onmiddellijk nadat de bal is getrapt
b. en in voorwaartse richting beweegt.
Vraag 121.
Een wedstrijd moet worden verlengd voor het nemen van een strafschop. Hoe lang duurt deze verlenging?
Antw.
a. Tot het moment dat de scheidsrechter constateert dat de strafschop zijn uitwerking heeft gehad en
b. Er voordien niets is gebeurd dat overnemen van de strafschop noodzakelijk maakt.
Vraag 122.
Bij het nemen van een strafschop loopt van beide partijen een veldspeler te vroeg toe. Wat moet er gebeuren als de bal via de doelverdediger over het doel gaat?
Antw.
De strafschop moet worden overgenomen
Vraag 123.
Bij het nemen van een strafschop gooit een verdediger een kluit modder naar de bal. Ondanks het feit dat de doelverdediger de bal nog aanraakt, gaat deze toch in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. Het doelpunt wordt toegekend.
b. De verdediger die de kluit modder gooide, krijgt een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
Vraag 124.
De nemer van de strafschop onderbreekt in de 30e minuut vlak voor de bal zijn aanloop. Wat moet de scheidsrechter beslissen, als de bal vervolgens via de doelverdediger over het doel gaat?
Antw.
a. De nemer ontvangt een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
b. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop
c. Op de plaats van de overtreding.
Vraag 125.
Tijdens het nemen van een strafschop maakt de nemer een misleidende beweging door vlak voor de bal even stil te staan en schiet dan de bal in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen als ook de doelverdediger te snel van de doellijn is gekomen?
Antw.
a. De strafschopnemer krijgt een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
b. De doelverdediger wordt vermaand.
c. De strafschop wordt overgenomen.
Vraag 126.
Bij het nemen van een strafschop, waarvoor de wedstrijd moet worden verlengd, trapt de nemer in de grond. Hij raakt de bal hierdoor maar half en trapt de bal nu voor de tweede keer. De bal gaat in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. De strafschop wordt overgenomen, indien de bal bij de eerste aanraking niet in voorwaartse richting heeft bewogen.
b. Had de bal bij de eerste aanraking wel in voorwaartse richting bewogen, dan keurt de scheidsrechter het doelpunt af en fluit voor het einde van de wedstrijd.
Vraag 127.
Bij het nemen van een strafschop in de 35e minuut van de wedstrijd, loopt een aanvaller te vroeg toe. De bal wordt door de doelverdediger gekeerd en komt vervolgens bij deze speler terecht, die nu een doelpunt maakt. Wat zal hier de beslissing van de scheidsrechter zijn?
Antw.
a. Hij zal het doelpunt afkeuren.
b. Hij zal het spel laten hervatten met een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij,
c. Te nemen vanaf de plaats waar de aanvaller het strafschopgebied binnen kwam.
Vraag 128.
Wanneer wordt voor een overtreding, begaan op de lijn van het strafschopgebied geen strafschop toegekend?
Antw.
a. Indien de bal niet in het spel was.
b. Indien een indirecte vrije schop wordt gegeven.
c. Indien een overtreding wordt begaan door de aanvallende partij.
Vraag 129.
Terwijl een strafschop in de 40e minuut van de wedstrijd evenwijdig aan de doellijn wordt gespeeld, loopt een medespeler te vroeg toe en schiet de bal in het doel. Wat is de beslissing van de scheidsrechter? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Hij laat de strafschop overnemen,
b. Omdat de bal in voorwaartse richting gespeeld moet worden.
Vraag 130.
Nadat de scheidsrechter het teken heeft gegeven om een strafschop te nemen, staat de doelverdediger te schreeuwen om de nemer af te leiden. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
Antw.
a. Eerst het resultaat van de strafschop afwachten.
b. Gaat de bal in het doel, dan een doelpunt toekennen.
c. Gaat de bal naast of over het doel of wordt deze gestopt, dan de strafschop over laten nemen.
d. In beide situaties de doelverdediger een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart.
Vraag 131.
Waar moeten de veldspelers, behalve de nemer van de strafschop, zich bij het nemen van een strafschop tijdens de wedstrijd opstellen?
Antw.
a. Binnen het speelveld.
b. Buiten het strafschopgebied.
c. Op tenminste 9.15 m. van de strafschopstip.
d. Achter de strafschopstip.
Vraag 132.
Een wedstrijd moet verlengd worden voor het nemen van een strafschop. Via de doellat stuit de bal op de grond en gaat dan in het doel. Zal de scheidsrechter dit doelpunt goedkeuren?
Antw.
a. Ja, als de bal op de lijn kwam en dan in het doel ging.
b. Neen, als de bal vóór de lijn de grond raakte en daarna in het doel ging.
Vraag 133.
De scheidsrechter laat een strafschop overnemen, omdat de doelverdediger te snel van de doellijn is gekomen. Nadat de scheidsrechter, na de doelverdediger een vermaning te hebben gegeven, opnieuw het teken heeft gegeven, maar voordat de bal getrapt is, komt de doelverdediger weer naar voren. Wat zal de scheidsrechter nu beslissen als géén van de overige spelers overtredingen hebben begaan?
Antw.
a. Hij zal het resultaat van de strafschop afwachten.
b. Gaat de bal in het doel, dan zal hervat worden met een aftrap na geldig doelpunt.
c. Gaat de bal niet in het doel, dan zal de strafschop wederom overgenomen dienen te worden.
d. Hij zal de doelverdediger een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart wegens herhaaldelijk overtreden van de spelregels.
Vraag 134.
De scheidsrechter heeft gefloten voor een strafschop tijdens de wedstrijd. Een veldspeler wil nu tijdelijk het doel verdedigen. Is hieromtrent in de spelregels iets bepaald?
Antw.
a. Dit is toegestaan, mits ook van tenue wordt gewisseld dat zich onderscheidt van de overige veldspelers en de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechters.
b. Hij zal het doel moeten blijven verdedigen tot het spel dood is.
c. De eventueel verloren gegane tijd moet in dezelfde speelhelft worden bijgeteld.
Vraag 135.
De nemer van een strafschop speelt tijdens de wedstrijd de bal 1 meter schuin naar voren. Een medespeler komt toelopen en trapt de bal in het doel. Is dit altijd een geldig doelpunt?
Antw.
a. Neen, niet als de medespeler of een andere speler van de aanvallende partij een overtreding heeft gemaakt.
b. Neen, als het een strafschop betreft waarvoor de eerste of tweede speelhelft is verlengd.
Vraag 136.
De verdedigende partij werpt in. De scheidsrechter onderbreekt nu en laat dezelfde partij nogmaals inwerpen. Wanneer is dit juist?
Antw.
a. Wanneer niet is ingeworpen van binnen de afrastering.
b. Wanneer de inwerper de bal per ongeluk heeft laten vallen.
c. Wanneer de bal niet binnen het speelveld is geweest.
d. Wanneer de bal eerst de grond raakt alvorens deze binnen het speelveld komt.
e. Wanneer de scheidsrechter de juistheid van de inworp niet heeft kunnen beoordelen.
f. Indien een tegenstander op minder dan 2 meter van de inwerper stond en er geen voordeel ontstond.
Vraag 137.
De bal verdwijnt uit een inworp bij toeval in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?
Antw.
a. Bal in het eigen doel: een hoekschop laten nemen.
b. Bal in het doel van de tegenpartij: een doelschop laten nemen.
Vraag 138.
Omdat er geen medespeler in de buurt staat, gooit de inwerper de bal tegen een tegenstander om daarna de bal zelf opnieuw te kunnen spelen.
Wat zal de scheidsrechter hier beslissen?
Antw.
a. Hij zal gewoon door laten spelen als het de inworp tegen de tegenstander niet op onvoorzichtige,
onbesuisde wijze of met buitensporige inzet geschiedde.
b. Hij zal affluiten en een directe vrije schop toekennen als de inworp op onvoorzichtige, onbesuisde wijze
of met buitensporige inzet geschiedde.
c. Gebeurde het inwerpen op onbesuisde wijze dan, zal de inwerper een waarschuwing ontvangen door het tonen van de gele kaart.
d. Gebeurde het inwerpen met buitensporige inzet, dan zal de inwerper van het speelveld worden gezonden door het tonen van de rode kaart.
Vraag 139.
Een veldspeler van partij A. mag de bal inwerpen. De assistent-scheidsrechter van partij B. wijst de inwerper erop, dat hij niet op de juiste plaats staat, waarop de inwerper de assistent-scheidsrechter op grove wijze beledigt. De scheidsrechter hoort dit en onderbreekt het spel. Hoe zal hij hier dienen te handelen?
Antw.
a. Hij zal de beledigende speler het verder medespelen ontzeggen door het tonen van de rode kaart.
b. Hij zal laten hervatten met een inworp door partij A..
Vraag 140.
Terwijl de bal langs de zijlijn in het spel is loopt een speler van Partij het speelveld af en trapt buiten het speelveld een wisselspeler van de tegenpartij. De scheidsrechter ziet dit gebeuren en fluit af . Wat zal nu de beslissing van de scheidsrechter zijn?
Antw.
- De speler wordt het verder mede spelen ontzegd door het tonen van de rode kaart.
- Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop
- Vanaf de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter affloot.
Vraag 141.
Een inwerper wil de bal inwerpen. Een aanvaller gaat vlak voor de inwerper binnen het speelveld staan. Hij staat stil en roept ook niet. Wat beslist de scheidsrechter en waarom?
Antw.
a. Hij wacht de uitwerking van de inworp af.
b. Indien er voordeel ontstaat, laat hij doorspelen
c. Indien er geen voordeel ontstaat, onderbreekt de scheidrechter het spel.
d. En geeft de te dichtbij staan de speler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
e. Hij laat de inworp over nemen .
Vraag 142.
De doelverdediger weet de bal over de doellijn van de tegenpartij te krijgen. Wanneer is dit een geldig doelpunt?
Antw.
a. Als de bal over de doellijn tussen de palen gaat en
b. de doelverdediger als veldspeler reglementair scoort of
c. de doelverdediger vanuit zijn eigen strafschopgebied de bal speelt, behalve bij de indirecte vrije schop.
Vraag 143.
Bij een hoekschop in de 5e minuut komt de bal hoog voor het doel. Een verdediger en een aanvaller koppen tegelijkertijd de bal waarbij geen overtreding wordt begaan. De bal gaat over de doellijn. De scheidsrechter weet niet wie de bal raakte. Hoe wordt het spel hervat?
Antw.
a. Gaat de bal over de doellijn tussen de palen: met een aftrap na geldig doelpunt.
b. Gaat de bal over de doellijn buiten de palen: met een doelschop (voordeel voor de verdedigende partij).
Vraag 144.
De doelverdediger neemt een doelschop. Omdat de bal bij een tegenstander dreigt te komen, rent hij nu achter de bal aan en speelt de bal voor de tweede maal. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Hoe wordt het spel hervat?
Antw.
a. Hij laat de doelschop overnemen, indien hij de bal voor de tweede maal speelde binnen zijn strafschopgebied en de bal dit gebied nog niet had verlaten.
b. Hij geeft een indirecte vrije schop, indien de doelverdediger de bal voor de tweede maal trapte buiten zijn strafschopgebied.
c. Hij geeft een directe vrije schop, indien de doelverdediger de bal voor de tweede maal speelde buiten zijn strafschopgebied en dit gebeurde met de hand of arm.
Vraag 145.
Een speler neemt een doelschop. De bal komt buiten het strafschopgebied tegen de scheidsrechter aan. De bal komt terug in het strafschopgebied en de nemer houdt de bal met de hand tegen. Een andere speler heeft de bal niet aangeraakt. Wat is de spelhervatting?
Antw.
a. Hij zal een indirecte vrije schop geven, indien de nemer van de doelschop een doelverdediger was en
b. een strafschop, indien de doelschopnemer een veldspeler was.
Vraag 146.
De doelverdediger wil de bal uittrappen en kijkt naar welke speler hij dit zal doen. Op het moment dat hij de bal los laat, kopt een tegenstander de bal, zonder daarbij de doelman te raken en de bal rolt in het doel. Wat beslist de scheidsrechter en waarom?
Antw.
- Indirecte vrije schop omdat de doelverdediger niet mag worden aangevallen, als hij de bal in het spel wil brengen.
- op de plaats waar de aanvaller de overtreding maakte.
- Gebeurde dit binnen het doelgebied dan moet de indirecte vrije schop worden genomen vanaf elk willekeurig punt binnen dit gebied.
Vraag 147.
Wanneer zal de scheidsrechter een hoekschop toekennen?
Antw.
a. Als de bal tijdens het spel door de verdedigende partij over de doellijn wordt gespeeld, maar niet door het doelvlak gaat.
b. Als de bal vanuit een inworp of vrije schop van buiten het strafschopgebied rechtstreeks over de eigen doellijn wordt gespeeld, zowel naast als in het doel.
Vraag 148.
Na het nemen van een hoekschop wordt door twee spelers, van beide partijen één, volop geduwd en getrokken in het doelgebied. De scheidsrechter ziet dit en onderbreekt het spel. Hoe en waar wordt nu het spel hervat? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Hij hervat met een scheidsrechtersbal
b. Uit te voeren op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.
c. Was dde bal op dat moment in het doelgebied, dan op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, op de plek die het dichtst gelegen is bij de plaats van de overtreding,
d. Daar dit gelijktijdige overtredingen zijn.
Vraag 149.
Een beslissingswedstrijd moet worden beslist door het nemen van strafschoppen. Waar moeten de doelverdedigers zich bevinden tijdens het nemen van zo'n strafschop?
Antw.
- Eén doelverdediger moet zich bevinden op de doellijn tussen de doelpalen met de voorzijde van zijn lichaam richting strafschopnemer.
b. De doelverdediger, die tot dezelfde partij behoort als de nemer van de strafschop, moet zich opstellen binnen het speelveld, buiten het strafschopgebied en wel op de plek waar de doelijn en de lijn van het strafschopgebied samenkomen.
Vraag 150.
Na de verlenging van een beslissingswedstrijd moeten strafschoppen worden genomen. Is het nu toegestaan dat een veldspeler het doel gaat verdedigen in plaats van de doelverdediger? Verklaar het antwoord.
Antw.
a. Ja, dit is toegestaan, mits
b. de veldspeler bij het laatste fluitsignaal (het einde van de verlenging) reeds aan het spel deelnam of gerechtigd was aan het spel deel te nemen.



