Spelregels van het zaalvoetbal

De intrap

Gedurende een wedstrijd zaalvoetbal is dit de spelhervatting die het meeste voorkomt, maar wat weten wij er eigenlijk van en wat staat er nu over geschreven in de spelregels. Onze zaalvoetbalcollega’s zullen de volgende opmerkingen herkennen: “Scheids, de bal ligt niet op de lijn” of “Scheids, hij staat in het veld” of “ Scheids, hij staat niet op 5 meter”.

Maar wat staat hier nu precies over in de spelregels m.b.t. de intrap. Laten we eerst even kijken of de bal wel op de lijn moet liggen. In de spelregels staat dat de intrap genomen dient te worden waar de bal het speelveld heeft verlaten of als de bal het plafond raakt op de zijlijn zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal het plafond raakte. Je zou dus denken dat de bal op de lijn moet liggen, echter is het ook toegestaan om een bal 25 cm achter de lijn te leggen. De bal mag dus op de lijn of achter de lijn liggen met maximaal 25 cm. De bal moet natuurlijk wel stil liggen.

Mag de nemer met zijn/haar voet in het veld staan bij het nemen van een intrap. Nee dit mag natuurlijk niet met zijn/haar hele voet. Hij/zij moet met 1 voet op of achter de lijn staan. Bedenk wel dat het is toegestaan dat een deel van de voet binnen het speelveld mag staan, als de voet de zijlijn maar raakt.

Moet ik als scheidsrechter altijd de intrap over laten nemen als een tegenstander zich niet op de vereiste 5 meter afstand staat? Nee dit hoeft natuurlijk niet. Je grijpt als scheidsrechter alleen in als het van invloed is op het spel. Bijvoorbeeld als de tegenstander de bal kan onderscheppen of als deze tegenstander meteen druk kan zetten op de bal. Er ontstaat dan geen voordeel voor de intrap nemende partij. In dat geval moet de intrap worden over genomen en kan worden opgetreden tegen de te dicht bij staande speler (door bijvoorbeeld het geven van een gele kaart). Als de nemer een bal zelf zo snel neemt, dat een tegenstander niet de tijd heeft om afstand te nemen, hoeft de intrap ook niet over genomen te worden. De nemer moet zijn tegenstander wel de tijd geven om de afstand te kunnen nemen. Een scheidsrechter kan natuurlijk preventief optreden voordat de intrap is genomen, dit heeft natuurlijk de voorkeur.

Waar moet ik als scheidsrechter nog allemaal meer opletten bij de intrap? Als een speler wisselt en de wisselspeler wil de intrap nemen, zal deze speler eerst het speelveld moeten betreden alvorens hij de intrap mag nemen. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor de intrap, maar geldt ook voor de hoekschop.

Daarnaast dient de intrap genomen te worden binnen de 4 seconden. Deze gaan natuurlijk pas in als tegenstanders op de juiste afstand staan en aan alle voorwaarden is voldaan. Of als de scheidsrechter aangeeft dat er aan alle voorwaarden is voldaan. In het district is het niet verplicht voor de scheidsrechter om te tellen bij een intrap. Mocht de scheidsrechter ervoor kiezen om te tellen bij een intrap, dan zal hij dit bij alle intrappen moeten doen. De voorkeur heeft dit echter niet, daar de scheidsrechter zich beperkt in het snel anticiperen.

Ook extra aandacht verdient het als een doelverdediger de intrap neemt. Dit is voor de doelverdediger het spelen van de val. Hij/zij zal de bal pas weer mogen spelen op eigen speelhelft nadat deze door een andere speler is aangeraakt. Doet de doelverdediger dit dan toch is dit een overtreding en dient dit bestraft te worden met een indirecte vrije schop.

 

 

Doelgroepen: