Johan Cruijff over spelregels en arbitrage

In mijn dit voorjaar verschenen boek getiteld CRUIJFFIAANS - Uitspraken, gedachtegoed en voetbalvisie: een thematisch totaaloverzicht is Deel III geheel gewijd aan ‘Het voetbalreglement’, dat wil zeggen spelregels en arbitrage. In het navolgende geef ik een overzicht van Johan Cruijffs naar mijn mening  meest interessante opvattingen en inzichten.  Ik laat vooral hemzelf aan het woord en voeg daar mijn eventuele commentaar [RS] aan toe. Als volgt:

Over de toepassing van de spelregels

Cruijff: Je moet conform het reglement fluiten, maar het hoeft allemaal niet precies volgens het boekje.  Ik wil eigenlijk geen vaste regels. Het is uiterst moeilijk om te beoordelen of het aan iemands shirtje trekken in een bepaalde omstandigheid bestraft moet worden of niet. Het is praktisch onmogelijk om dat te omschrijven. Shirtje vastpakken of een beetje met je arm duwen is iets anders. Daar is minder opzet bij. Iedereen wil nou eenmaal graag de bal hebben en we zijn zo geconcentreerd bezig dat je zoiets doet voordat je het zelf in de gaten hebt. 

Ik heb nooit gefloten, ook nooit de aandrang daartoe gevoeld, want ik weet dat ik in die positie zeer controversieel zou zijn. Ik zou dan doen wat ik goed vond. Ik zou de regels aan mijn laars lappen. Regels betekenen uniformiteit, en in het voetbal is niets eenduidig; geen handeling, geen moment is ooit hetzelfde. 

De uitspraak van Cruijff over ‘shirtje trekken’ kan alleen maar met de spelregels worden verzoend als de mogelijke toepassing van de voordeelregel mede in ogenschouw wordt genomen, want afgezien van die regel dient deze overtreding in beginsel altijd bestraft te worden. Shirtjetrekken is immers vasthouden en als de scheidsrechter dat constateert, is er geen verdere interpretatie van de regel meer nodig. En dat geldt ook voor shirtje vastpakken, dat ook onder vasthouden valt, en duwen. Allemaal strafbaar, of het nu instinctief,  in het heetst van de strijd, gebeurt of niet. Vroeger gold nog het bijkomende vereiste van opzet, dat is nu niet meer het geval. Toen waren er wellicht nog verzachtende omstandigheden, nu niet meer.

Cruijff toont zich een voorstander van de flexibele toepassing van de spelregels in de praktijk, helemaal toegespitst op de zich telkens aandienende casuïstiek. Aan vaste, uniforme regels valt echter per definitie niet te ontkomen. Door subsumptie worden soortgelijke gevallen onder een en dezelfde regel gebracht. Cruijff  zegt echter ook dat je niet in strijd met de regels mag fluiten, maar ze niet letterlijk ‘volgens het boekje’ hoeft toe te passen. We bewegen ons dan in de richting van fluiten in de geest van het spel. [RS]

Over ‘professionele’ overtredingen

Cruijff: Voetbal is het samensmelten van twee tegenpolen; tenminste, als het goed gespeeld wordt. Soms zie ik een overtreding en denk ik: op zichzelf mag dit niet, maar het is nu gerechtvaardigd. Voetbal is totale orde en totale anarchie. Zo is mijn manier van denken over dat spel. En die moet ik doorgaans voor mezelf houden. Als ik erover praat, wordt het negen van de tien keer toch niet begrepen. 

Je hebt overtredingen en overtredingen. Voor een verdediger is het lastigste om ze goed te maken. Iemand doormidden en in tweeën schoppen, dat is geen kunst. Maar een duwtje, een goed duwtje geven, dat is een van de moeilijkste dingen in het voetbal.

Op het eerste gezicht bedoelt Cruijff hier blijkbaar te zeggen dat voor een goede voetbalwedstrijd de medewerking van twee partijen (‘tegenpolen’) nodig is. Dan komt de neutrale toeschouwer en tv-kijker het best en het meest aan zijn trekken. Tegenstanders hebben elkaar nodig om optimaal te kunnen presteren. Ze zijn weliswaar elkaars opponenten in de strijd om winst en verlies, maar ze moeten in het profvoetbal (en niet alleen daar!) ook gezamenlijk voor een goed ‘produkt’, een goede wedstrijd zorgen. Dat is als het ware het samensmelten van twee tegenpolen. 

Maar bepaalde overtredingen behoren gewoon bij het spel, zo lijkt Cruijff ook te betogen. Hij doelt hiermee kennelijk - gezien het duw-voorbeeld -  op de zogeheten professionele overtredingen, die begaan worden om zuiver tactische redenen.  Ook die zijn echter nooit te rechtvaardigen, want het betreft in feite spelbederf. Is de ‘anarchie’ van zulke  overtredingen, in Cruijffs visie, soms een tegenpool die samensmelt met de ‘orde’ van de spelregels? Fysiek lichte, functionele overtredingen zouden dan als zodanig een te rechtvaardigen onderdeel van het spel zijn. Met een klein duwtje kan voordeel worden behaald. Zulke overtredingen zouden een integrerend bestanddeel van het spel zijn. Anarchie is als het ware ingebouwd in het voetbal.

De betekenis van tegenpolen kan dus ook heel anders uitgelegd worden dan dat het beide partijen zou betreffen die samen de wedstrijd ‘maken’.  Cruijff zei ook: Als er een regel is moet je ervoor zorgen dat je hem respecteert. Maar je moet je er nooit door laten tegenhouden. In deze algemene uitspraak smelten de tegenpolen, de in juridisch opzicht onverenigbare grootheden ‘orde’ en ‘anarchie’ - respect voor de regels enerzijds en hun gerechtvaardigde overtreding anderzijds - wel heel nadrukkelijk samen. [RS]

Over het uitlokken van overtredingen

Cruijff: Provoceren is nog altijd wat anders dan oneerlijkheid. Als ik mij laat vallen is dat vals spelen. Maar als ik een back opzoek en ik weet: nu gaat hij mij trappen, nou dan doe ik dat als dat goed uitkomt. Een kwestie van je hoofd koel houden, van discipline.

Het uitlokken van overtredingen begaan door de tegenpartij is een professionele tactiek. Als de aanvaller zich dan laat vallen, is het eigenlijk een schwalbe (simuleren) en dus strafbaar, maar als het synchroon met de eenmaal door de verdediger ingezette overtreding gebeurt, is dat feitelijk juist weer niet het geval.  Is ook deze tweede vorm van provoceren in wezen niet ook ‘onsportief gedrag’? Je ontloopt niet de tegenstander van wie je weet dat hij je gaat trappen, maar zoekt hem juist op, met de bal aan de voet. Dat.  laatste mag echter. Je mag het duel willen aangaan, hem proberen te passeren of alleen maar dreigen dat te gaan doen. Je hoeft hem niet te ontlopen, je gaat de confrontatie niet uit de weg, maar zoekt die juist op om tactische redenen. Je kunt hem een kaart bezorgen, je kunt een vrije schop willen forceren. Je wilt hem een lesje leren, omdat die tegenstander je in de wedstrijd voortdurend hard en op het randje aanvalt. Je handelt preventief, uit zelfbescherming.

Dit voorbeeld zou ook bekeken kunnen worden vanuit het oogpunt van de tegenpolen ‘orde’ en ‘anarchie’. Het provoceren is dus strikt gesproken zelfs geen overtreding, maar toch wel ‘anarchistisch’ te noemen, omdat de aanvaller met onzuivere bedoelingen de tegenstander opzoekt. Het is eigenlijk tegen de geest van het spel, het is als zodanig unfair. Het verstoort de ‘orde’ op het veld. Maar het voorbeeld laat ook zien hoe nauw orde en anarchie met elkaar verweven kunnen zijn. Het gedrag van de aanvaller kan immers te rechtvaardigen zijn gezien het eerdere, agressieve optreden van zijn directe tegenstander. [RS]

Over wijziging van de spelregels en deregulering

Cruijff: Ik ben niet zo’n voorstander van aanpassing van de spelregels. Als de scheidsrechter zijn werk goed doet, is dat helemaal niet nodig. Negentig minuten zuivere speeltijd, prima, daar kan de scheidsrechter of de vierde man toch op letten? Alleen een camera op de doellijn heeft misschien zin, omdat scheidsrechters nu wekelijks om de oren worden geslagen met televisiebeelden. We moeten de romantiek van de discussie niet uit het voetbal halen. Voetbal is de hele week gespreksstof op het werk, in de kantine en in het café. 

Hoe meer regels,des te slechter ben je uit. Met minder regels zullen er ook minder gebroken worden. Dat is gewoon logisch.

Voetbal is een spel van fouten

Cruijff: Voetbal is een spel van fouten, die horen erbij. Wie de meeste maakt, verliest. Wie de minste maakt, wint. De ploeg die de minste fouten maakt, is de beste. Zo simpel is het. 

Zoals overtredingen bij het spel behoren, is dat ook met andere fouten het geval: 'spelfouten' op het gebied van techniek en tactiek. Winst en verlies (en het gelijkspel) worden erdoor bepaald. En waar staat de scheidsrechter in dit perspectief?  Scheidsrechters maken minder fouten dan spelers en degene die in de voetballerij de minste fouten maakt, is de beste. [RS] 

Rob Siekmann

[oud-hoogleraar internationaal sportrecht en o.a. auteur van De voetbalspelregels - Heden, verleden en voorstellen ter verbetering (met een voorwoord van Marco van Basten) (2017)]

Doelgroepen: 

Bestand: