In de ruim vijftig jaar dat ik meeloop in de scheidsrechterswereld heb ik een en ander zien veranderen en vooral verbeteren.
De velden werden van knollentuinen kunstgrasvelden en de boerenschuren werden prachtige accommodaties. Ook de ruimte waarin de arbiter zich moet verkleden veranderde mee. Moest je je in het begin tussen de reserveballen en de opgeslagen (touw)netten van burger tot “man in het zwart” vermommen, die ruimte kon met recht een hok genoemd worden. Nu gebeurt dat in een (soms kleine) ruimte met eigen douche en toilet. Ook de man in het zwart paste zich aan en kan nu kiezen uit veel meer kleuren.
Daarom verbaasde het mij dat in een artikel in de NRC over vrouwenvoetbal in Nederland ter voorbereiding op de WK in Zweden weer een oud begrip voor de scheidsrechterskleedkamer werd gebruikt. Dat niet alle accommodaties optimaal zijn voor vrouwenvoetbal is bekend, maar als ik lees: “Als het moet, kleden ze zich zonder probleem met z'n allen tegelijk om in het scheidsrechtersHOK”, dan lijkt mij dat de scheidsrechter weer verwezen wordt naar zijn plaats in de voetbalmaatschappij, namelijk zijn HOK.
Wim Boeren